Jean Dubuffet

Jean Dubuffet (1901-1985) bezocht de kunstacademie in zijn geboorteplaats Le Havre en ging in 1918 naar Parijs. In 1924 gaf hij zijn kunstzinnige aspiraties op om leiding te gaan geven aan het wijnbedrijf van zijn familie. Jean Dubuffet bleef in het familiebedrijf werken tot 1942, toen hij besloot dat kunst weer de eerste prioriteit moest worden.

In 1944 en 1946 vonden tentoonstellingen van zijn nieuwe werk plaats in Parijs. In 1947 waren zijn schilderijen ook te zien in New York. Jean Dubuffet schilderde in een wilde stijl en gebruikte niet alleen verf. Hij verwerkte ook asfalt en gebroken glas in zijn schilderijen.

Jean Dubuffet had een grote belangstelling voor tekeningen van kinderen, geestelijk minder begaafden en gedetineerden. Hiervan legde hij een grote verzameling aan. Hij noemde deze kunst Art Brut. Later werd het werk van Dubuffet en dat van zijn volgers aangeduid met deze term.

Aan het begin van de jaren vijftig ontstond een belangrijke serie figuren onder de noemer Corps de dames. Later schilderde Jean Dubuffet ook landschappen en stadsgezichten. Veel aandacht van de pers ging uit naar het brute karakter van deze schilderijen. De rebelse humor van Dubuffet kreeg te weinig aandacht. In het midden van de jaren vijftig ontstond de serie "Tableaux d'Assemblages", waarbij hij gestructureerde en gekleurde doeken in stukken sneed, om deze vervolgens als een mozaïek weer aan elkaar te plakken.

Aan het begin van de jaren zestig vonden zowel in Parijs als New York grote overzichtstentoonstellingen van Jean Dubuffet plaats. Later kreeg zijn werk ook de aandacht in Amsterdam en Londen.

In de jaren zestig begon Jean Dubuffet met plastics te werken, waardoor zijn werk nog driedimensionaler werd. Er ontstonden zowel schilderijen met reliëf als losstaande objecten. Er volgden spoedig opdrachten voor grote openbare objecten en theaterdecors.

Aan het einde van zijn leven publiceerde Dubuffet enkele boeken over Art Brut en zijn eigen kunst.