Jacob Kanbier (1949)

Na het voortgezet onderwijs verbleef Jacob Kanbier in 1985 kort aan de kunstacademie in Amsterdam. Het 'kunstonderwijs' kon hem niet inspireren. De technieken heeft Jacob zich grotendeels zelf eigen gemaakt.

Jacob’s 'grote voorbeelden' zijn Willem de Kooning en Jean-Michel Basquiat.
Hieruit vloeiend geeft hij aan dat zijn voorliefde uit gaat naar zijn ruige werk, dat Jacob als het ware in een explosie met handen en penseel creëert.

Al in 1987 had Jacob Kanbier een solo –expositie in het Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden.
Ook treedt hij dat jaar op in een action-painting bij Boulevard of Broken Dreams in Amsterdam, samen met Herman Brood, Jules Deelder en Simon Vinkenoog.

In 1989 presenteert Jacob Kanbier in het Stedelijk Museum te Amsterdam het
“Manifest Neosymbolisme”.

De schilderijen van Jacob Kanbier mogen zich steeds meer verheugen op internationale interesse en zijn in toenemende mate terug te vinden in menig belangrijke kunstcollectie.

Schilderijen van Jacob Kanbier bevinden zich in de collectie van HM Prinses Juliana, Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander, Hare Majesteit Koningin Maxima, het gebouw van de Eerste Kamer aan het binnenhof in Den Haag, het stedelijk Museum de Lakenhal te Leiden, Hedy d’Ancona, Rob Kamphuis, Felix Rottenberg e.v.a